Snelheid

Bij een ouverture hoort snelheid. Lichtheid. Op een feestje moet tenslotte gedanst kunnen worden. Geen trage zwaarmoedigheid dus voor mijn orkestwerk voor het Noord Nederlands Orkest, maar tempo tempo tempo. En het liefst een meezinger.

De afgelopen weken heb ik wat schetsen opgezet waarin ik die snelheid probeer te maken. Tempo komt meestal van een motortje dat al aanstaat als de muziek begint. Soms in de klarinetten, soms in de strijkers of marimba's.

In een van mijn laatste stukken, Impure, heb ik dat machientje tot onderwerp van het stuk gemaakt. De muziek dendert minutenlang voort. Het enige dat verandert, zijn de akkoorden en de instrumentatie.



Ik heb zitten luisteren naar hoe andere componisten dat doen, snelheid maken. De Walkürenritt van Richard Wagner vind ik een geweldig voorbeeld: je hoort hoe de violen de machine starten. De blazers zetten een galop in en de walküren vliegen om je oren. De snelheid is die van vóór de stoomtrein, maar het stuk tilt je nog steeds van de grond.
Adembenemend.



Van ver ná de stoomtrein is Short Ride in a Fast Machine van John Adams, een van mijn favoriete orkestwerken als het om vaart gaat. De klarinetten zijn hier het motertje dat alles aanzet, met het woodblock als straffe aanjager.

De manier waarop Adams het orkest gebruikt, is bijzonder. De minimal music was (okee, er zijn uitzonderingen zoals Philip Glass) vooral het terrein van ensembles. Maar Adams maakt opera's en orkestmuziek waarin hij het romantische grote gebaar van Wagner koppelt aan de gemotoriseerde klank van deze tijd.

Het zingende koper tegen het einde roept bij sommigen weerzin op (Kitsj! Hollywood!), maar daar heb ik gelukkig geen last van. Waanzinnig hoe de zon op die plek doorbreekt. En hoe Adams er bovendien de vaart er weet in te houden.



En nou we toch bezig zijn: een van mijn andere favoriete componisten is Steve Reich. Anders dan Adams vindt Reich het niet erg om zijn materiaal in een aantal minuten op te bouwen en te recyclen. Waar Adams het veranderende uitzicht in zijn fast machine benadrukt, is Reich gefascineerd door het voertuig waarin hij rijdt.

Zoals in Three Movements, een van de weinige werken die hij voor orkest heeft gemaakt. In het derde deel hoor je hoe hij de tijd laat vollopen met met bijna niks. Grote klasse. Aan het eind zit een bekende Reich-truc: hij trekt de bas onder zijn muziek vandaan en de muziek lijkt de laatste maten gewichtloos op te stijgen.



Het luisteren naar dit soort muziek brengt me op nieuwe ideeën. Maar behalve geluisterd moet er natuurlijk ook gewerkt worden. Er staan al wat fragmenten stationair te draaien, wachtend op een trap op het gaspedaal.

In het volgende blog laat ik wat horen.