Canto ostinato (1): de sensualiteit van het leven

Simeon

Een werk schrijft als het ware zichzelf. Net als een roman, waarin de personages een eigen leven leiden. Een compositie zit helemaal in mijn handen, voor ik hem opschrijf. Mijn handen grijpen wat mijn hoofd niet grijpen kan. Simeon ten Holt


Echte minimal-componisten zijn in Nederland vreemd genoeg op de vingers van één hand te tellen. Simeon ten Holt (1923-2012) is er een van, maar hij ontwikkelde wel een hoogstpersoonlijke, sensuele stijl binnen die stroming. Zijn pianowerk Canto ostinato zou je kunnen zien als het In C (Terry Riley) van de Nederlandse muziek.

Je kunt je bijna niet voorstellen dat de componist van Canto ostinato ooit begon als serialist, totdat hij genoeg kreeg van het componeren met zijn hoofd. Hij wilde zijn vingers weer laten zoeken naar tonen en kroop achter de piano.

In een interview vertelde hij ooit over deze periode: “Het positivisme en het structuralisme in de muziek hebben ravages aangericht. Ik zat gevangen in het dictaat van het schema. Het dictaat was weliswaar de neerslag van mijn innerlijk, maar ik zat als een ambtenaar mijn nootjes te noteren."

"Dat vond ik de vriesnacht, de nacht waarin de tonaliteit absoluut zoek was. Ik was een dor blad geworden. De verschraling was zo groot en de ontkenning van de stroom van het bloed en de hartenklop zo absoluut, dat ik het niet langer meer uithield en weer achter de piano kroop, en zo begon Canto te ontstaan."

"Het is de geschiedenis van mijn eigen lichaam. Zo moet je dat beschouwen: alles slibde dicht en aan de piano ging mijn bloed weer stromen. De sensualiteit van het leven ging weer meedoen.”

Zoals Rileys In C gaat Ten Holts magnum opus voor toetsinstrumenten over het “herstel van de tonaliteit na de tonaliteit”, aldus de componist. En over interactie: met de vorm die ter plekke ontstaat door het aantal herhalingen en het wel of niet spelen van motieven; met de tijd die de spelers moeten nemen om naar elkaar toe te groeien.

En net zoals zijn Amerikaanse evenknie geldt voor Canto dat geen ander Nederlands naoorlogs werk zo vaak wordt uitgevoerd en steeds opnieuw zo'n diepe indruk maakt.

Ik maak op dit moment een orkestbewerking van Canto ostinato, in opdracht van het Residentie Orkest. Première op 13 en 14 mei 2016 in Rotterdam en Den Haag. Op deze plek doe ik regelmatig verslag van mijn werkproces. En schrijf ik over alles wat me opvalt in Canto.