Canto ostinato (5): liever Schumann dan Glass

melodie

Einstein on the Beach vond ik destijds fantastisch. Maar Canto is toch qua concept, qua structuur en uitdrukking totaal anders. Riley, Glass en Reich zijn typische Amerikanen. Dan voel ik me liever verwant aan Schumann, eerlijk gezegd.


Natuurlijk ben ik een romanticus! Dat is iedereen toch? Door al die herhalingen wordt het veel Mondriaan-achtiger dan ik misschien heb bedoeld.Simeon ten Holt


Mijn orkestratie van Canto ostinato is klaar. Het materiaal is intussen naar het orkest gestuurd en het wachten is op de eerste repetities. Bij het werken aan de partituur stuitte ik op veel vragen, niet in de laatste plaats omdat de rotondemuziek van Ten Holt vaak haaks stond op de kruispuntmuziek die een orkest op de lessenaar verwacht (zie een vorig blog over dit onderwerp).

Al orkestrerend vroeg ik me steeds meer af of een luisteraar zou kunnen horen of de vorm van tevoren is vastgelegd, of dat die ontstaat tijdens het spelen. Dat laatste is wat Ten Holt van een uitvoerder van Canto vraagt.

Door de speler ruimte te geven voor zelfstandige keuzes met betrekking tot het aantal herhalingen, de dynamiek en de speelwijze, geeft Ten Holt een deel van zijn werk als componist uit handen. Hij verplicht de spelers om het over die aspecten met elkaar eens te worden.

Maar het is de speler die de notentekst (en het voorwoord) uiteindelijk moet interpreteren: de partituur biedt uitdrukkelijk ruimte voor romantische, mysterieuze, zakelijke of minimalistische interpretaties—en alle mogelijke andere varianten. En tussen de dertig minuten en drie uur muziek. Als de componist het niet eens is met die interpretatie, had hij dat moeten voorkomen in zijn partituur. Het notenschrift kent talloze imperatieven.

Het is aan de speler op welke manier hij de vrijheid van Canto vormgeeft. Als hij met zijn ensemble een jaar lang met het stuk bezig wil zijn om het helemaal te leren kennen en om een bewustzijnsproces te voltooien, dan is dat aan hem. Maar als hij besluit om via afspraken vooraf het aantal herhalingen, de dynamiek en de speelwijze vast te leggen voor alle komende uitvoeringen, dan biedt de partituur hem daar ook gelegenheid toe.

Ervaring leert dat de meeste spelers Canto al snel in een min of meer gefixeerde vorm consolideren. En ook: hoe vertaal je die vrijheid naar een solo-uitvoering, door één pianist, harpist of organist?

Dan de toehoorder: is het onderwerp van Canto voor de luisteraar wel die vrijheid? Een kunstwerk is geen essay, onderbouwd met feiten en geschraagd door voetnoten. Het laat ruimte voor interpretatie, voor een esthetische ervaring. En die is voor iedereen anders. Ik denk dat Canto voor veel fans een romantisch werk is, met de melodie als hoogtepunt.

Het orkest is een enorme machine met zijn eigen wetten en gedrag. Voor dat apparaat heb ik een vertaling gemaakt van de instructies en vrijheden die Simeon ingebouwd heeft in de notatie. Zoals bij een literaire vertaling kun je niet alle nuances, woordspelingen en cultureel bepaalde betekenissen letterlijk omzetten. Maar bij een goede vertaling komt daar wat voor in de plaats, met behoud van de geest van het origineel.

Mijn orkestbewerking van Canto ostinato in opdracht van het Residentie Orkest is klaar. Première op 13, 14, 15 mei 2016 in Rotterdam, Den Haag en Zwolle. Op deze plek deed ik regelmatig verslag van mijn werkproces. En schreef ik over alles wat me opviel in Canto.

De citaten van Simeon ten Holt komen uit het boek Van Andriessen tot Zappa, van Erik Voermans. Een prachtige verzameling interviews met hedendaagse componisten. Het boek is te bestellen bij Deuss Music.