Concert Recording of Josquin XL



Josquin XL for recorder, cello and orchestra

philharmonie zuidnederland with Mario Brunello, conductor/cellist
Erik Bosgraaf, blokfluit

Live recording bij NPO Radio 4, 13 February in Muziekgebouw Eindhoven

Blokfluitist Erik Bosgraaf loopt in een kathedraal van klank

Screenshot 2020-02-15 at 12.01.59


[14 februari 2020, ED]

Bach met Brunello I en II zijn nu achter de rug, gelukkig komt er in maart nog een Bach met Mario Brunello III. De Italiaanse cellist en dirigent staat garant voor verrassend programma en voor musiceren vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid.

Ook donderdagavond bleek dat Philharmonie Zuidnederland daar haar voordeel mee doet. De relatief kleine club is hecht, de aandachtigheid groot en de betrokkenheid bij het resultaat voelbaar. Meest ontroerende deel van de avond was de wereldpremière van ‘Josquin XL’ voor blokfluit, cello en orkest van Anthony Fiumara. Soms is muziek te kwetsbaar voor applaus; na het laatste deel van dit intrigerende stuk had het van mij een tijd stil mogen zijn, om het vervolgens nog een keer opnieuw in te zetten. ‘Alsof je met een beslagen bril naar Josquin (des Prez, 1450-1521) kijkt’, zegt de componist er zelf van. En dat klopt, de kern van deze renaissancemuziek is bewaard, hij wordt slechts anders omspeeld.

Fiumara schreef het stuk voor Erik Bosgraaf, een van de boeiendste en meest onderzoekende musici van deze tijd. Prachtig hoe Bosgraaf de vertraagde beweging in alle rust de zaal inblies, zijn zelfbewuste toon ondersteund door zijn muzikaliteit en zijn fysieke manier van spelen, de indruk wekkend door een kathedraal van klank te lopen.

Ook in Bachs tweede Brandenburgse Concert was Bosgraaf een inspirerende en nu ook virtuoos solist, naast onder andere trompettist Ramon Wolkenfelt (wereldspeler!), violiste Lei Wang en hoboïst Roger Cramers. Bijzonder qua uitvoering en qua compositie waren ook de werken van Gabrieli/Maderna, Pergolesi/Strawinsky en Ives. De grotendeels onbekende schoonheid ervan werd fraai en bezield verklankt door het geconcentreerd spelende orkest en Brunello.

New Photos by Anna Perger

Collage


I am really happy with the new photos by fabulous Anna Perger. Anna is a Nijmegen-based photographer. I admire her silent, intense and often mysterious images, with their painting-like colors.

Anna says about her work: "I do not follow predefined concepts, even though it may be appealing. When I take a photograph, I have to place trust in my own creativity and ideas. In that moment I am a hopeful wanderer locating the already existing image."

"By exposing myself, the model and I share our vulnerability, which establishes trust and reciprocity. This is the core of my work. The animal inside everyone appeals most to me. I wander together with the person in front of me, unravelling the wilderness in the both of us."

Stadscomponist Tilburg: De stad en haar scenius



(gepubliceerd in MestMag)

"Wat doet een stadscomponist eigenlijk?" Als er één vraag is die ik als stadscomponist van Tilburg het afgelopen jaar vaak heb gehoord, is het deze wel. En het is een goede vraag, want Nederland kent verder geen stadscomponisten. Wel stadsdichters, -filosofen en -fotografen: allemaal kunstenaars die op een direct op de actualiteit kunnen reageren of hun opwachting maken bij speciale gelegenheden.

Omdat het componeren van een klassieke muziek een langdurige bezigheid is, ligt het inspelen op de actualiteit niet voor de hand. De gebeurtenis is alweer lang en breed vergeten als de stadscomponist zijn noten eindelijk op papier heeft staan en als de musici het werk hebben gerepeteerd. En dan ben ik nog een redelijk snelle toondichter.

Ik vind dat mijn stadscomponistschap niet te veel over mij moet gaan. Ik zie mezelf eerder als een ambassadeur voor nieuw gecomponeerde muziek. Ik geloof in wat componist/producer/cultuurgoeroe Brian Eno 'Scenius' heeft gemunt. Scenius is zoiets als genius, alleen dan ingebed in de scene in plaats van in genen. Eno bedacht de term voor de creativiteit gegenreerd door groepen, plaatsen of scenes. In zijn eigen woorden: "Scenius stands for the intelligence and the intuition of a whole cultural scene. It is the communal form of the concept of the genius."

De kunstscene als collectief genie, dat is het tegenovergestelde van de gedachte dat kunst voor en door de enkeling is. Sommige mensen houden van speed metal, anderen van ambient of dance, en weer anderen van hedendaagse klassieke muziek (en dat is ook weer een wereld aan genres op zich). Elitaire kunst bestaat niet, verschillende smaken wel.

Intussen wordt er veel moois gecomponeerd dat voor veel mensen onzichtbaar en ongehoord blijft. Dat geldt niet alleen voor de componisten in Tilburg en omstreken, maar ook voor de musici in die stad: eigenlijk is nieuw gecomponeerde muziek alleen te bewonderen in gespecialiseerde zalen en series. En dat vond ik jammer.

Ik wilde Tilburg daarom binnenstebuiten keren: de openbare ruimte werd de concertzaal, met de inwoners van de stad als publiek. Zo klinkt er iedere zaterdag nieuwe muziek op het carillon van de Heikese Kerk, speciaal daarvoor gecomponeerd door Tilburgse componisten en studenten. En organiseerden we Tracking Tilburg in de LocHal: een gratis toegankelijk minifestival met nieuwe muziek, uitgevoerd door studenten van Fontys Academy of Music and Performance Arts en door gelauwerde Tilburgse musici.

Voor komend jaar staat er nog een aantal projecten op stapel, zoals een compositie-estafette met harmonieorkest Orpheus. Maar wat ik vooral zou willen, is dat mijn stadscomponistschap een aanzet is geweest voor het structureel binnenstebuiten keren van de stad—nog lang na mijn regeerperiode. Je zou er zo maar een aantal nieuwe liefhebbers voor hedendaagse non-popmuziek mee bij kunnen krijgen.

Om op de elevator-pitchvraag terug te komen die ik in het begin stelde: het is niet zo belangrijk te weten wát een stadscomponist precies doet. Het interessanter dát die wat doet voor de stad en haar scenius.

Triple Album Review in Gonzo Circus

alaskashowcase


In the online magazine Gonzo Circus, music journalist René van Peer wrote an enthusiastic review about the last three albums on Alaska Records:

With the World Minimal Music Festival just around the corner, it is not a bad idea to listen to three CDs that have recently been released on the Alaska Records label of Anthony Fiumara. As a composer, that genre is an important source of inspiration. On the label he releases music that is played by kindred spirits, partly pieces that he himself has written. For example, "Grids" consists of four works by Fiumara, performed by guitarist Aart Strootman. Strootman has again provided songs for the cd "Whoever You Are Come Forth" by saxophonist Tom Sanderman and the cd "An Index Of Wood" by marimba player Ramon Lormans.

What these three CDs have in common is the undisputed mastery of the musicians. "Grids" is the most varied in terms of sound. With his electric guitar, Strootman simply has an awe-inspiring wide spectrum of sounds at his disposal. With extreme precision, he plays patterns that overlap and can thus lead to complex stacks. These can be intertwined melodies, but also changing chords that seem to bounce back and forth like the "Bells" from the title, and gradually develop into a festive urban landscape. The closing "Feathered River" is reminiscent of the song "Scarborough Fair", has the same openness and apparent naivety.

Tom Sanderman is not inferior to Strootman in terms of control. His cd opens with the title track, written by Kate Moore. It is a lyrical, poetic melody played without frills, but with a strong sense of the coloring and expressiveness of the tenor. In the subsequent "Redshift" of Fiumara he takes the soprano and a walking station. Although the love of Fiumara and Sanderman for minimal music is unmistakable, the composer shows that he knows how to give his style a twist. There are patterns and repetitions, but due to the alternation of the chords at different heights get a new effect.

Aart Strootman put the saxophonist in a floating task in "Floating Points On A Fixed Monorail" by having him play small deviations from the normal tones with alternative fingerings. The solo melody gets a whole drag behind by the use of a delay.

Ramon Lormans has a harder time because there is little variation in coloring with the marimba, no matter how nice and warm the instrument sounds. You get a thick scarf wrapped around your ears for 45 minutes. It was a good idea to record a song with the voice of Anja Plaschg aka Soap & Skin. That adds a nice new dimension, but would have been better suited as a watershed in the middle of the CD.