Canto ostinato (4): kleur

kunstrecensie-mark-rothko---gemeentemuseum-haag

Melancholieke, nostalgische muziek. Het is de nostalgie van het vreemdelingschap. Heimwee naar een utopie misschien. Naar het land van de beminden. Naar de wereld waar de mensen geen roofdieren voor elkaar zijnSimeon ten Holt


De klank van de piano, het instrument waarvoor Canto ostinato is gecomponeerd, is als een zwart-witfoto. Een goede pianist kan kleuren suggereren zonder dat die daadwerkelijk te horen zijn. De piano speelt een spel met de verbeelding van de luisteraar. En van de speler.

De vier piano's van Canto ostinato klinken als een monochroom doek, als een colorfield painting van Mark Rothko of Ad Reinhardt. Uitgevoerd door piano's ontstaat een homogene klank die, als je je ogen dichtdoet, evengoed uit één, twee, of tien instrumenten zou kunnen komen. De klanken versmelten tot één object, wentelend in de tijd.

Dat monochrome, homogene karakter van de oorspronkelijke versie wilde ik ook behouden in mijn orkestratie. Canto is geen compositie van plotselinge klank- of kleurwisselingen, noch van grote variatie in speeltechnieken of geprononceerde instrumentatieverschillen.

Het materiaal en zijn trage metamorfose in de tijd moeten centraal staan—teveel nadruk op instrumentatie leidt alleen maar af van die fluïde afwikkeling van de tijd, die altijd het onderwerp is—zoals ook de piano's slechts voertuigen zijn van de vorm, het idee en het constante verlangen naar de horizon in Canto.

In Perpetuum—de werktitel van de eerste versie van Canto ostinato—verdeelt Ten Holt in ‘plateaus’. Ieder plateau is een nieuwe toestand van het materiaal in de voortdurende metamorfose van de muziek. In Canto laat de componist die bakens weg en blijven alleen de sectienummers over.

In de geest van Ten Holt heb ik in mijn orkestratie de plateaus uit Perpetuum als leidraad genomen voor wisselingen in instrumentatie en dynamiek. De strijkers vormen daarbij de basisklank, het fond. Om de klank te laten groeien en verkleuren, zowel in volume als in boventonen, worden ze vergezeld door de houtblazers. En—spaarzaam—door de koperblazers.

Met slagwerk (ik gebruik alleen melodisch slagwerk) ben ik voorzichtig: het verwijst te veel naar de piano's in het origineel. En ik wil juist een vertaling maken—het moet klinken alsof Canto voor orkest werd geschreven.

Ik maak op dit moment een orkestbewerking van Canto ostinato, in opdracht van het Residentie Orkest. Première op 13 en 14 mei 2016 in Rotterdam en Den Haag. Op deze plek doe ik regelmatig verslag van mijn werkproces. En schrijf ik over alles wat me opvalt in Canto.